project_bnr.gif

Dit is de website van:

Stephan Lewis

 

strruled.gif (524 bytes)

Mijn Verhaal

 

De Duivel des Onheils b.v. (vraag naar onze lage prijzen)\DEDEdd

 

Er was eens een Duivel die Antonumous heette. Als het verhaal begint heeft Antonumous zich net goed in de problemen gewerkt. Of beter gezegd: heeft hij zich in een probleem genikst. Hij had namelijk zeker 5 slechte daden moeten verrichten. Daarom zal hij nu een zeer slechte daad moeten doen of anders wordt hij verbannen uit de onderwereld. Op het ogenblik is hij totaal in paniek. Het slechtste wat hij tot nu toe heeft gedaan is het stelen van een balletje van een baby en daarbij is hij nog in elkaar geslagen door zijn moeder.

Antonumous was totaal in paniek. Vandaag ging alles fout. Normaal gesproken was dit ook zo, maar vandaag ging het nog een beetje fouter. Dit was de dag van zijn vertrek, vandaag ging hij voor het laatst naar de bovenwereld. Dit was zijn laatste kans om een slechte daad te verrichten. En hij wist dat hij het weer zou verprutsen. Hij keek om zich heen om te zien of hij alles had, zo te zien had hij nu alles. Buiten wachtte een zielobiel (een koets die getrokken wordt door zielen) om hem weg te brengen. Hij stapte op, viel naar binnen en brak met zijn been door de vloer heen. Toen hij eindelijk zat, reed de zielobiel weg met 't gebruikelijke geklaag van de zielen. Bij het portaalveld aangekomen zag hij dat hij een kaartje van de O.L. (de ongelukken luchtmacht) had en zijn bui verslechterde nog meer. En of dat nog niet genoeg was, had hij ook nog twee uur vertraging, hij nam maar een kop bloedkoffie. Vijf koppen bloedkoffie later kwam zijn portaaltuig aan. Hij stapte in en vloog eindelijk weg uit de hel. Hij had nog geen idee wat hij zou gaan doen maar hij zou wel zien. Antonumous stapte uit, na een bottenbrekende vlucht.

Hij stond nu voor de poort, het was hier pikkedonker. Hij probeerde uit de geheimzinnige poort te komen, maar hij wist niet hoe! Hadden ze nu weer de code veranderd? Hij voelde overal aan de wanden maar hij vond niets. Of toch, hij had een plekje overgeslagen, hij voelde en stak met een vingerknip een vuurtje aan en zag dat de wand volgeschreven was met geheimzinnig schrift. Nu was het zijn taak om het te ontcijferen, zodat Antonumous eruit kon. Had hij nu maar niet de lessen in duivelstalen overgeslagen. Maar langzaam begon er een idee in zijn hoofd te komen. Dit was een van de ontregelspreuken. De truc was het uitspreken van de laatste zin. Hij deed dit (de zin kan niet opschreven worden omdat dit niet tot de menselijke mogelijkheden behoort.) De tekens begonnen groen te gloeien, maar er opende zich niets. Opnieuw begon hij naar de tekens de te staren. En toen zag hij het: er stond een verwijsteken in de laatste zin die verwees naar de eerste zin. Hij sprak de tekens uit, en de tekens gingen nu flitsten nu rood, wat betekende dat ze geactiveerd waren. Antonumous begon van blijdschap te springen niet ziende dat de vloer langzaam onder hem verdween. Hij wist nog net een oh klo… uit te brengen en viel naar beneden. rots01.jpg

Tijdens zijn val veloor hij alle besef van richting. En na wat wel uren leek te duren, schoof hij zijdelings uit de portaalsteen. Na een paar minuten in het gras liggen besloot Antonumous dat het hij wel genoeg zelfmedelijden had opgebouwd en stond op. Hij keek om zich heen en merkte op dat hij op de top van een heuvel stond. Voor hem bevond zich een breed dal met hier en daar verspreid een boerderij. Ja, dat was de mensheid, niet veel veranderd sinds hij 500 jaar geleden was langsgeweest. Hij draaide zich om in de veronderstelling dat er achter zich net zo’n tafereel zou bevinden. Antonumous draaide zich om en kreeg bijna een hartstilstand in het hart dat hij niet had. Even dacht hij dat hij weer het portaal binnengestapt was en weer in de hel was, maar achter hem bevond zich nog steeds het pittoreske dal. Hij keek opnieuw, en ja hoor, daar lag echt die monsterachtige stad. Hij dacht dat alleen duivels in staat waren om zulke gebouwen neer te zetten maar nee hoor, de mensheid was het ook gelukt: de afschuwelijke betonnen blokken en die gruwelijke glimmende wolkenkrabbers. Antonumous moest even bij komen. Maar toen begon het bij hem te dagen. In zo’n stad zou het veel makkelijker zijn om slechte daden te plegen. Ja, de mogelijkheden waren oneindig. Vol goede moed begon hij een teleporteerspreuk te prevelen, en na een paar seconde begon hij te vervagen. En alleen de muis die nieuwsgierig op een steen had zitten toekijken, bleef verdwaasd achter.

char08.gif Danielle liep met een aantal vrienden door de stad. Ze waren wat aan het stoeien toen Danielle een trap in haar maag kreeg. Ze voelde wat steken maar liet het gaan, het zou wel weer overgaan. Toen ze opkeek, zag ze een rare schim. Ze had ’t gevoel of het in haar lichaam wilde komen. Danielle begon rare bewegingen te maken. Haar vrienden vonden het zo komisch dat ze haar uitlachtten. s’Avonds toen Danielle in haar bed lag, voelde ze koude rillingen over haar lichaam. Ze zag weer die schim. De schim drong haar lichaam binnen. Ze zag nog net voor dat de schim haar lichaam binnendrong dat het een duivel was die haar lichaam wilde overnemen. Danielle wist dat de enige manier om ervan af te komen zelfmoord plegen was. Dat wou ze niet maar ze wou ook niet dat de duivel haar lichaam zou overnemen. Door dit laatste werd ze zo sterk dat het de duivel niet lukte om haar lichaam over te nemen en uiteindelijk verliet hij haar lichaam. Antonumous kon zichzelf wel voor zijn kop slaan. Dit was werkelijk te erg voor woorden. Hoe had een MENS de kracht kunnen hebben om een duivel, zelfs al was die van de laagste klasse, te verslaan. Toen voelde hij iets, en toen hij omhoog keek, zag hij net het laatste puntje van een stalende witte vleugel achter de wolken verdwijnen.

Al vloekend liep Antonumous weg. Op zoek naar zijn volgende slachtoffer / mislukking. Na een paar uur door de stad te hebben gebanjerd, zag hij een man die hem wel beviel. Het zou hem waarschijnlijk niet al te moeilijk vallen om deze man te verleiden tot een slechte daad. Het was zo te zien namelijk een echte streber: netjes in een zwart pak, mobiele telefoon, ja, dit was net de hel, daar liepen ook van dat soort duivels rond. Diep in zijn hart vond Antonumous het eigenlijk wel jammer dat het zo bergafwaarts was gegaan met de mensheid. Hij zag de man een nauw steegje ingaan en besloot toen dat dit zijn kans was. De Matrix was net onderweg naar een nieuwe opdracht toen hij wat achter zich hoorde. Hij draaide zich vliegensvlug om, maar zag niemand. Zijn schouders ophalend liep hij verder. Het was meer het gevoel dan het geluid van de aanstormende vuurbal die hem opzij deed springen. In zijn sprong draaide hij zich om en trok zijn geweer, maar kon nog net zijn vinger weerhouden van het overhalen van de trekker. Want daar in zijn vizier stond een jong meisje. Vlug stond hij op en hij keek om zich heen en zag een vloekende gestalte weg rennen. Onmiddellijk ging hij er achter aan. Na een halve minuut greep hij hem in de kraag. Hij draaide hem om en keek in het gezicht van wat hij op het eerste gezicht zou zeggen een duivel was. Maar de duivel verdween uit zijn handen en dook een paar honderd meter verder weer op en rende een straatje in. Toen the Matrix er achteraan ging, bleek dat de steeg doodlopend was.

char05.gif Ze stonden nu tegenover elkaar. De duivel sprak een paar woorden waardoor de grond openscheurde. Maar wat hij niet wist, was dat de Matrix kon vliegen. De Matrix laadde zijn ogen en schoot twee laserstralen op duivel. De duivel probeerde ze te ontwijken, maar dat lukte niet. Zwaar gewond wist de duivel te ontsnappen. Dit konden ze hem in de hel toch moeilijk kwalijk nemen: deze man had ongelooflijke kracht. En hij had zelfs dat meisje niet geraakt dat hij recht in het vizier had geteleporteerd. Hij keek op zijn zandloper (als een duivel naar de aarde komt, krijgt hij een zandloper mee, om aan te geven hoeveel tijd hij nog op aarde heeft) hij schrok zich rot: hij had al een hele dag verprutst. Dit kon zo echt niet langer doorgaan. Hij moest denken, maar dat ging hem in zijn huidige geestelijke toestand niet zo goed af. En toen kreeg hij een schitterend idee. Hij kende een plek waar vampieren leefden. Als die hem niet konden helpen met een slechte daad dan wist hij niet wie dat wel zou kunnen. Opnieuw begon hij te prevelen, maar deze keer langer. Langzaam begonnen er gloeiende rode tekens in de lucht te verschijnen. De tekens begonnen om hem heen te spinnen tot hij zelf bijna niet meer te zien was. Toen verkleinde het gebied zich en leek Antonumous kleiner te worden. Toen verdwenen de tekens plotseling en het enige wat over was, was een glimmend zwarte raaf, waar het puntje van zijn ondersnavel afgebroken was.

Na even zijn veren te hebben geschikt vloog hij weg. Op een bergtop stond een groot kasteel, ietwat afgebrokkeld onder de tand des tijd, en gehuld in een constante, donkerzwarte wolk. Dwars door die zwarte wolk kwam een nog zwartere raaf aangevlogen die op het puntje van een rots ging zitten en plots in Antonumous veranderde. Na een paar minuten oriëntatie, stapte hij recht af op de enorme poort.

Hij kwam het donkere kasteel binnen. Het rook er muf en er waaide binnen een koude tocht. Alles zag er grijzig uit, net alsof je in een zwart-wit film was. Je kon kleuren niet goed waarnemen, als die er al waren. alsof die niet meer bestonden. Alles lag onder het stof en waarneer je snel bewoog, waaide het als sneeuw in het rond. Soms leek het alsof er een spook langs zweefde, maar het was alleen maar de tocht, die een spookachtige vreemde stofwolk voorbij liet vliegen. Plotseling hoorde Antonumous een deur kraken en weer hard dichtslaan. Het geluid echode hard na als in een holle, akoestische ruimte. Toen hoorde hij zacht en dichtbij het geluid van vele krijsende vleermuizen, dat steeds harder werd. Er klonk een klap en het geluid stierf weg. kasteel01.jpg

Voor Antonumous stond een vampier. Hij zag er wel uit als een mens, maar was veel groter. Antonumous was verrast en werd blij. Nu zou hij goede hulp krijgen en een slechte daad kunnen volbrengen. Maar er was een probleem: de vampier kon niet tegen zonlicht. Antonumous reed neuriënd over het smalle weggetje op naar het kasteel. Ja, het rijden van deze B.M.W. was echt een pretje en de geblindeerde ruiten zouden de vampier tegen het zonlicht beschermen. Hij had ook al een slachtoffer gevonden: een jong meisje een paar dorpjes verderop. De vader en moeder zouden vandaag niet thuis zijn, en de opvang had, door zijn toe doen, een vreselijke diaree. Dus ze zou vanavond alleen zijn. Toen stopte hij voor de deur van het kasteel. Toen hij naar binnen ging, stond de vampier al klaar, totaal gekleed in het zwart, zo dat geen enkele lichtstraal hem zou raken in de korte tijd dat hij zou instappen. Je bent niet echt een prater hé, zei Antonumous. De Vampier haalde zijn schouders op en liet zijn verblindend witte tanden zien. Ja, ja, ik weet het, ik weet het, mompelde Antonumous, en liep de deur uit met de vampier in zijn kielzog. Hij stapte de auto in, trok de deur dicht, controleerde of de Vampier ook echt ingestapt was en reed weg. Het was al donker toen Antonumous de ouders van het meisje naar buiten zag stappen. Hij tikte de vampier aan, maar die knikte alleen maar ten teken dat hij het ook gezien had. Hij wachtte tot ze in hun auto waren gestapt en weggereden waren. Toen sloop hij naar het huis toe. Toen hij daar aankwam, zag hij dat de vampier daar al was. Hoe heb je dat nou weer gedaan, siste Antonumous. De vampier haalde zijn schouders op. “Nou ja, het kan me eigenlijk niet zo schelen,” dacht Antonumous. Hij gebaarde de Vampier dat die door het raam moest klimmen. De vampier knikte en liep zonder ook maar een geluidje te maken dwars door de muur heen. “Ja, zo kan het ook,” dacht Antonumous en liep door het net ontstane gat heen. Eenmaal in de kamer aangekomen bleef hij even staan terwijl hij om zich heen keek. Toen wees hij de vampier de trap op te gaan. Wederom knikte de vampier en liep omhoog en Antonumous liep er achteraan. Hij vroeg zich af waarom hij dit zelf niet kon, maar een stemmetje in zijn geest zei hem dat hij dat alleen maar zou verprutsen. De vampier had ondertussen de kamer van het meisje gevonden en was deze binnengelopen. Toen Antonumous naar binnen ging, kreeg hij een schok toen hij het lieftallige meisje daar zag liggen met de vampier over haar heen gebogen. Steeds dichterbij kwam de mond van dat monster naar dat jong lieve meisje wier leven nog maar net was begonnen. Toen voelde hij een kracht in zich opzwellen en begonnen zijn lippen bijna automatisch de woorden van een spreuk te spreken. De vampier keek op en werd bijna onmiddellijk getroffen door een lichtstraal. Langzaam zag hij de ontzetting in diens ogen opzwellen terwijl hij uit elkaar viel.

char10.jpg Toen stroomde de kamer vol met fel wit licht, en een engel verscheen in het midden van de kamer. Antonumous was vol verbazing over zijn eigen daad, en alsof zij wist wat hij dacht, zei ze: “Nee, ik heb je niet beïnvloed Antonumous, het was jouw keuze. Ik heb je al een tijdje in de gaten. Je onvermogen om slechte daden te doen komt niet omdat je het niet kan, maar omdat je dat niet wilt. Maar dat durf je jezelf niet te vertellen. Als dank voor wat je voor ons hebt gedaan, schenk ik je dit medaillon. Maar, wat heb ik dan voor jullie gedaan, wist Antonumous nog net uit te brengen. Jij hebt ons een duivel minder gegeven om ons druk over te maken zei de engel. Toen legde ze het medaillon in zijn hand en verdween.

Een paar dagen later stond hij voor de poort, om weer terug te gaan naar de hel. Hij zag enorm op tegen zijn terugreis, want hierna zou hij verbannen worden naar de zielenput. Daar zou hij het lot ondergaan van velen duizenden andere ongehoorzame zielen. Toen stapte hij toch door de poort. Aan de andere kant stond zijn vliegtuig al klaar voor vertrek. Hij stapte in, met zijn hoofd al bij zijn straf, en vloog weg. Op het vliegveld stonden al twee duivelslaars (politie agenten van de onderwereld) klaar om hem naar een van de rechterlijke duivels te brengen (je dacht toch niet dat de echte duivel zijn tijd zou verprutsen met het rapport van een duivel als Antonumous ). Hij keek nog eenmaal om zich heen, en stapte in de zielobiel van de duivelaars. Daar stond hij dan, in de grote zaal, voor zich de enorme rechtersbank. Toen kwam de rechter binnen. Hij was een wat klein uitgevallen duivel met een exceptioneel grote buik. “Nou”, sprak de rechter, ”Wat hebben we hier.” Antonumous bukte om om genade te gaan smeken, en toen viel het medaillon uit zijn zak. De rechter bekeek het medaillon een paar minuten. Antonumous dacht nu echt dat hij er geweest was. Maar hij hield zich groot, en ging weer staan. Toen riep de rechter uit: “ GEWELDIG, jij hebt een engel vermoordt! Maar, eeeh, nou, stamelde Antonumous. "Niet zo bescheiden" ,zei de rechter, "dit is heilig medaillon, een engel zou liever sterven dan dit medaillon kwijt te raken. Jij Antonumous, bent een held. Geef mij je wens en ik zal hem vervullen". Na een paar minuten denken had Antonumous zijn wens gevonden: “ zou ik voor eeuwig naar de aarde kunnen?" "Als jij dat wilt dan krijg jij dat", zei de rechter. En daarom is Antonumous nu al 10 jaar een gelukkig inwoner van Nederland. Die niets slechts meer doet en heel tevreden is met zijn leven.